Jean-Luc Vanraes, Brussels minister voor Financiën en Begroting, antwoordt op de reactie van het Rekenhof naar aanleiding van het feit dat Brussel de extra federale middelen reeds in haar begroting opnam. Hij stelt duidelijk dat indien deze ingeschreven bedragen voor de extra mobiliteitsmaatregelen en de taalcheques er niet komen, de bijkomende Brusselse acties op dit terrein ook niet kunnen doorgaan. Over het gedeelte middelen betreffende de ‘dode hand’-compensaties zegt hij dat deze in zo’n geval toch bij de federale overheid zullen geclaimd worden.
De Brusselse Hoofdstedelijke Regering heeft inderdaad bij de begrotingsopmaak rekening gehouden met het Institutioneel akkoord voor de 6e staatshervorming dat voorziet in bijkomende federale middelen voor Brussel en dit vanaf 2012. Op basis daarvan werd 76 miljoen euro extra in de Middelenbegroting 2012 ingeschreven.
In de pers schreef men dat dit ‘onvoorzichtig’ zou zijn. Een begroting is een raming, een inschatting van de verwachte uitgave en inkomsten in het komende jaar. Het Rekenhof onderzoekt of deze inschattingen realistisch zijn en rapporteert hierover aan het Parlement. “Het Rekenhof doet enkel de vaststelling dat de inschrijving van deze middelen berust op een politiek akkoord waarvoor nog geen begin van uitvoering is. Maar nergens valt het woord onvoorzichtig,” zegt minister Vanraes.
Even de details van dit bedrag van 76 miljoen, dat opgesplitst kan worden in 3 componenten:
1. Het gaat in de eerste plaats om een mobiliteitsdotatie van 45 miljoen euro. Het bedrag van deze speciale toelage voor het mobiliteitbeleid zal volgens het akkoord elk jaar oplopen (75 miljoen in 2013, 105 miljoen in 2014 en 135 miljoen in 2015).
2. Verder wordt er 4 miljoen euro ingeschreven tot bevordering van de tweetaligheid van de Brusselse ambtenaren.
Minister Vanraes reageert: “Indien het institutioneel akkoord niet wordt uitgevoerd , kan de Brusselse regering de door het extra budget beoogde nieuwe beleidsinitiatieven inzake mobiliteit niet doorvoeren, noch de tweetaligheid van haar diensten extra ondersteunen, ook al weet elke Brusselaar dat zulke maatregelen dringend nodig zijn”.
3. Er werd ook 27 miljoen ingeschreven als bijkomende “dode hand” compensatie (voor openbare gebouwen die zijn vrijgesteld van onroerende voorheffing). Het akkoord stelt duidelijk dat dit “dode hand” complement onder de vorm van een bijzondere wet zal worden gestemd die in 2012 van kracht wordt.
Vanraes wijst er op dat voor een deel van dit “dode hand”complement (14 miljoen) zelfs geen wetswijziging nodig is. Op basis van de huidige financieringswet kan het bedrag van de bestaande “dode hand” compensatie wettelijk worden opgetrokken tot 52 miljoen euro (tegen 37,5 miljoen vandaag). De federale regering moet enkel deze middelen willen vrijmaken. Zij heeft hiervoor tijd tot eind 2012, periode waarin we normaal de dode hand compensatie ontvangen.
Minister Vanraes reageert: “Wat betreft de ‘dode hand’ zal het Brussels Gewest, indien de middelen zoals voorzien in het Institutioneel akkoord voor de 6e staatshervorming nog niet vrijkomen, dit deel van het complement bij de federale overheid claimen”.



